Column: Scheef beeld

(Archieffoto Hans van der Aa / Sliedrecht24)

Ja, ook ik verscheurde weleens een stembiljet. Omdat het even niet goed voelde een stem uit te gaan brengen of omdat ik daar gewoonweg niet aan toekwam (soms buiten de regio aan het werk). Maar ik schrok toch weer even deze week van het aantal niet-stemmers in Sliedrecht. 

Van de 19.828 kiesgerechtigde inwoners die een oproep in de brievenbus kregen, gingen er 11.966 naar één van de dertien stembureaus in het dorp. Dat betekent dat 7.862 hun stempapieren: nooit hebben ontvangen en dus niet hebben gezien, vergeten zijn te gaan stemmen of bewust hebben verscheurd. 

Het is niet de eerste keer dat zoveel kiesgerechtigden uit Sliedrecht een stembureau niet bezochten. Dat gebeurde ook bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2022. Nu spinnen de traditionele partijen er garen bij. De meeste stemmen gingen, net als bij de gemeenteraadsverkiezingen (vast dezelfde groep wel-stemmers) naar de SGP en ChristenUnie. De niet-stemmers zijn doorgaans mensen, die niet op de traditionele partijen stemmen.

Iedereen is vrij om wel of niet te gaan stemmen in Nederland. Stemmen is een recht en dus geen plicht. Maar wat zou stemplicht kunnen veranderen? Dat antwoord is kort en simpel: een eerlijke afspiegeling. Het gevolg van zo’n pluriform beeld is, dat de verhoudingen in een openbaar bestuur als bijvoorbeeld de gemeenteraad anders gaan liggen, dat je een eerlijker besluit krijgt over keuzes waar een raad voor staat en dat er mogelijk minder ontevredenheid is in Sliedrecht.

Wij zien als online krant mensen tegenover elkaar staan. Dat blijft doorgaans bij woorden, maar een deel van de bevolking is op punten niet tevreden over wat wordt besloten, wie er ‘de dienst uitmaakt’ in het dorp en voelt zich niet gehoord of gekend. Oproepen om massaal te gaan stemmen om dit beeld te veranderen, hebben tot nu toe niets opgeleverd. Het is te makkelijk om te zeggen: ‘mond houden, want dan had je maar moeten gaan stemmen’. 

Wij krijgen veel reacties op artikelen. Soms zijn mensen boos. Niet op ons, maar op gemeentebestuurders. Veelal boos op het college: de burgemeester en de wethouders. Hoe halen ze het in hun hoofd? Waarom doen ze dit nou weer? Reageren dan boos met een brief, reageren op artikelen of spreken mij persoonlijk aan met woorden ‘wat vindt jij er nou van?’. Ik vraag dan: ‘Ben je gaan stemmen? (Ik hoor dan regelmatig ‘nee’. Dat haalt toch niets uit in dit dorp). Heb je je aangemeld om in te gaan spreken in de gemeenteraad? Heb je een gesprek aangevraagd met een collegelid? Of… schrijf maar een ingezonden brief, want die wordt gelezen.  

De laatste tijd ben ik bezig om bestuurders in deze gemeente persoonlijk ook aan te spreken. Over wat wij horen en dan uiteraard zonder namen en rugnummers te noemen. Ik leg dan uit met mijn ervaring in de journalistiek / communicatie hoe je dingen op een betere manier kan aanvliegen, ga aan de voorkant zitten en vang kritiek meteen weg of leg uit waarom dingen gaan, zoals ze gaan. En kantel je verhaal naar de inwoner in buurman-buurman taal. Dit alles zijn slechts tips. Iemand moet hen wat zeggen en dat kan ook jij als lezer zijn. Of ze je verhaal ter harte nemen… we gaan het zien.

Nu BBB in heel Nederland de grootste partij is geworden bij de Provinciale Statenverkiezingen, zie je de onvrede. Ook veel niet-stemmers bezochten een stembureau. Bestuurders willen wel dicht bij de mensen staan, maar dat lukt niet altijd. Over drie jaar, in maart 2026, zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Het zou mooi zijn als dan iedereen spontaan gaat stemmen. Als is het maar voor het nu verwachte scheve beeld. En misschien is het beeld wel niet scheef. Dat zal de uitslag dan in vergelijking met 2022 laten zien. We gaan dan in ieder geval voor een eerlijker beeld, want het duurt dan weer tot 2030 voor je weer mag gaan stemmen. 

Peter Donk

Let op! Een column bevat altijd een mening en mag prikkelen. Dit artikel staat dan ook op de pagina Opinie. Elke lezer mag een column aandragen (let op: de column is echt een column en geen ingezonden brief).