Plan voor onderzoek winkelopeningstijden leidt tot vragen bij PRO Sliedrecht

SLIEDRECHT – Op verzoek van de gemeenteraad wordt onderzoek gedaan naar de openingstijden van winkels in Sliedrecht berichtte de gemeente Sliedrecht. Toch heeft de lokale politieke partij PRO Sliedrecht daar vragen over. De partij wil eigenlijk eigen inbreng in het onderzoek. Inmiddels liggen er bijna tien vragen bij het College van B & W. 

In totaal krijgen 3.000 inwoners en alle winkeliers en hun medewerkers in de week van 19 april een uitnodiging om deel te nemen aan het digitale onderzoek. (Archieffoto Hans van der Aa / Sliedrecht24)

PRO Sliedrecht wil weten op welke manier 3.000 inwoners zijn geselecteerd. Met andere woorden. Ze willen weten naar welke criteria is hierbij gekeken. Ook wil de partij horen van het college of deze inwoners hier vooraf voor zijn benaderd. “Of weten zij van tevoren niet dat zij worden uitgenodigd voor dit onderzoek? Kan er in de uitkomst van het onderzoek worden opgenomen wat de ‘opkomst’ was (hoeveel mensen van deze 3.000 hebben de vragenlijst daadwerkelijk ingevuld)?”, schrijft raadslid Maria Stam-Smeets (PRO Sliedrecht). De partij wil ‘de opkomst’ weten.

Wie bepaalt
Stam is verder benieuwd of in dit onderzoek alle Sliedrechtse winkeliers meegenomen, of alleen de winkeliers ten noorden van de A15. Stam: “In de tekst staat de volgende passage opgenomen. Naast de enquête zijn er twee groepsgesprekken met vertegenwoordigers van geloofsgemeenschappen en vertegenwoordigers van winkeliers- en ondernemersverenigingen. (…).” Ze wil van het college weten of deze vertegenwoordigers van winkeliers- en ondernemersverenigingen woorden aangewezen door het onderzoeksbureau, of mogen de winkeliers- en ondernemersverenigingen zelf iemand naar voren schuiven.

Vragen en gesprekken
PRO Sliedrecht is ook nieuwsgierig wie de vragen opstelt. Stam: “Is dat het College, of worden deze vragen opgesteld door het onafhankelijke onderzoeksbureau? Kunnen de vragen uit de enquête met de gemeenteraad worden gedeeld? Aangezien de raad opdrachtgever is, lijkt het niet meer dan logisch dat de raad te zien krijgt op welke manier de vragen welke uit haar naam worden gesteld, worden geformuleerd.” Er worden specifiek gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers uit verschillende geloofsgemeenschappen. Stam: “Waarom worden er niet daarnaast ook gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de inwoners die niet bij een geloofsgemeenschap zijn aangesloten om eenzijdige meningen te voorkomen?”