COLUMN: ‘Schreeuwen of stil zijn’

Leden van een politieke partij kunnen het zo’n partij soms lastig maken. Zo nu en dan zie ik reacties van mensen die gelieerd zijn aan een politieke partij waarvan ik denk: “Die waren ze misschien liever kwijt dan rijk.” Ongeleide projectielen die geen oog hebben voor groter of hoger belang, maar puur de drang hebben om hun persoonlijke ongezouten mening te geven Dat ze daarmee soms olie op het vuur gooien of zelfs directe of indirecte schade berokkenen aan hun politieke gedachtengoed hebben ze ws niet door of het kan ze niets schelen. 
 
Zeker in de periode van coalitieonderhandelingen is het soms slimmer om je mond wat vaker te houden en eerst tot 10 te tellen, dan je mond direct een duw te geven. Afgelopen weken zie ik daar regelmatig voorbeelden van langskomen op de (sociale) media. Is het onervarenheid of is het gewoon kortzichtigheid?  Is het dom of is het bewust ondermijnen van het proces? Is het hoogmoedigheid of totaal gebrek aan fingerspitzengefühl? 
 
En ik bedoel hier niet alleen de zogenaamde (over)schreeuwers op sociale media, maar ook degene die met valse of vileine opmerkingen anderen onderuit proberen te halen. Die laatsten vallen wat minder snel op, maar zijn net zo destructief. Hoe politieke partijen intern dit soort projectielen proberen te leiden of te dempen, ga je niet zo snel horen. Reken maar dat dit intern extra zorgen kan geven en energie kost die beter besteed had kunnen worden. 
 
Ook personen hoger in een politieke partij kunnen soms door hun gedrag de partij problemen geven. Bijvoorbeeld een wethouder die in het verleden bij een groot bouwproject in ons dorp een handtekening ergens onder zette, zonder goed collegiaal overleg, en waar we nu anno 2026 nog steeds last van ondervinden. En last mag je vertalen naar minimale tot geen voortgang. Of een fractievoorzitter die in de media zijn mond een duw geeft, waarin meer persoonlijke mening dan partijstandpunt doorklinkt. Een raadslid dat achter de schermen afspraken binnen een coalitie terug probeert te onderhandelen op niet zo’n fraaie wijze, die een partij in flinke vertrouwensproblemen brengt. Een burgerraadslid die bij woordvoering de plank helemaal misslaat en de fractie een scheve schaats laat rijden. 
En ga maar zo door. 
 
Als je lokaal, regionaal of landelijk politiek actief wilt zijn, moet je goed beseffen dat je onder een vergrootglas komt te liggen. Of je dat nu leuk vindt of niet, het gebeurt gewoon. In het verleden ben ik regelmatig aangesproken als raadslid op verbale uitingen van mederaadsleden, partijgenoten of collegeleden. Voor velen in de buitenwacht is de gemeenteraad, het college en de overheid gewoon 1 pot nat. Natuurlijk is dat een gebrek aan kennis en misschien wel oppervlakkigheid, want er zitten hele grote verschillen in bovenstaande personen en groeperingen. 
Maar toch … zou het de mens sieren als ze eens wat meer besef hebben van wat de gevolgen kunnen zijn van hun openbaar geuite woorden, meningen en frustraties. Het zal zeker een verademing zijn voor hen die daar intern last van hebben en het straatje weer schoon moeten vegen of de kou uit de lucht moeten halen. Zonde van de tijd en energie toch? Misschien herken jij personen of jezelf hierin. Begrijp me goed, ik probeer niemand de les te lezen, want ik heb zelf ook helaas in het verleden mijn vingers hieraan gebrand. Een les die ik liever eerder had geleerd. Maar ik hou je nu wel een spiegel voor; het is aan jou wat je ermee doet. 
 
Het lijkt momenteel wat stil in politiek land, maar reken maar dat er veel gesproken wordt achter de schermen. Zover ik weet is komende week de zogenaamde 2e ronde, waarin de informateurs met de diverse partijen spreken. De ene partij krijgt te horen dat ze stilzwijgend aan de zijlijn moet staan en andere partijen dat er mogelijkheden voor hen zijn. Zo wordt er langzaam aan toegewerkt naar een mogelijke coalitie. 
 
Een spannende fase waarin principes vasthouden soms in schuring komt met het water bij de wijn doen. 
Ik hoop in ieder geval dat het geen smaakloos goedje oplevert. Het moet een mix zijn die niet te sterk is, want daar krijg je al snel genoeg van. Maar ook eentje die niet te slap zal zijn, want dan hou je straks zo’n katerig gevoel eraan over. Het moet gewoon goed drinkbaar zijn, met een passende smaak waar de meeste inwoners zich in kunnen vinden. Iets met een typische baggersmaak kan geen kwaad, zou ik zeggen! 
 
Op welke combinatie zit jij te hopen? Alles zoals het was zo lang mogelijk behouden totdat je jezelf misschien onmogelijk maakt? Of 100% het roer om en als het ware vanaf nulpunt weer gaan beginnen? Misschien wel een mix van oude bestuurders en nieuwe generaties? Wat is de juiste balans en vooral … wat is goed voor ons dorp? 
 
Nog even afwachten en hopen dat er iets smaakvols gebrouwen gaat worden. En ondertussen maar duimen dat de schreeuwers en ongeleide projectielen voor de diverse partijen niet een struikelblok gaan worden. 
 
Want dat zou wel vies zuur zijn. En zure wijn … heeft maar 1 doel. Die spuug je snel weer uit.  
 
Peter de Borst 
verhalenverteller, spreker, woordkunstenaar en columnist bij GaafWoord
 
Let op! Een column bevat altijd een mening en mag prikkelen. Dit artikel staat dan ook op de pagina Opinie. Elke lezer mag een column aandragen (let op: de column is echt een column en geen ingezonden brief).

Plaats een reactie

*=Verplicht veld