Historische dijkdoorbraak met grote gevolgen, nu 66 jaar geleden

SLIEDRECHT – Het is 66 jaar geleden dat Sliedrecht te maken kreeg met een dijkdoorbraak. De Watersnoodramp vang 1953 is gedetailleerd beschreven in ‘De Tijd van Toen…’ door Ir. W. Bos. Later werd dit stuk nog eens bewerkt door Bas Lissenburg. De herinnering komt bij een groot aantal inwoners van Sliedrecht elk jaar terug. Hieronder het verhaal van wat er toen is gebeurd. 

De wateroverlast op de Stationsweg. 

Het weerbericht voorspelt zaterdag 31 januari 1953 weinig goeds. Via de radio vernemen we het weerbericht van 18.00 uur: “Boven het noordelijke en westelijke deel van de Noordzee woedt een zware storm tussen noordwest en noord. Het stormveld breidt zich verder uit. Verwacht mag worden, dat de storm de gehele nacht zal voortduren en in verband hiermede werden vanmiddag om half zes de groepen Rotterdam, Willemstad en Bergen op Zoom gewaarschuwd voor gevaarlijk hoog water.” Om elf uur ’s avonds is het zover. Het waterpeil in de Merwede stijgt met de minuut. De buitendijks wonende mensen zijn op hun hoede. Heel Sliedrecht is in rep en roer.

Geschiedenis-3001

Het anders zo lieflijke ‘Klaaindiepie’, een boosdoener voor de bewoners van Wijk C tijdens de Watersnoodramp van 1953. Al omstreeks twaalf uur staat er water in de Kerkstraat en de Dijkstraat. Het Klein Diep is buiten de oevers getreden. Langs de gehele dijk is men buitendijks aan het ‘kisten’. Planken worden voor deuren en ramen aangebracht. De hamerslagen klinken door het hele dorp. Het is dé manier, die in de buitendijkse woningen al eeuwenlang wordt toegepast, om het water buiten te houden.

Geschiedenis-3002

“In de buitendijkse stoepwoning, A 178, waar ik opgroeide, is het al niet anders. Mijn vader is bedreven in het ‘kisten’. Als hij zelf klaar is, wordt er nog bijgesprongen bij de buren. Het water komt echter steeds verder richting dijk. Tijd om binnen maatregelen te nemen. Het vloerkleed in de kamer verhuist naar de zolder. De haardkachel en het dressoir worden bovenop de tafel gestald. Andere meubel-stukken verhuizen via het laddertje in de keuken naar de zolder. Nog is alles droog in huis. Het water staat al op het stoepje voor de deur. Een tijdje later horen we het tegen de kistplank aanklotsen. De wind giert door de stoep. Een uur later nadert het water de dijk. Bij ons binnen luidt op dat moment de noodklok. Het water is via het raam en even daarna over de kistplank heen ons huis binnengedrongen. Het zeil wordt al als verloren beschouwd. Van het behang zal weinig overblijven … We hopen maar dat het hier bij zal blijven.”

Geschiedenis-3003

Wellicht zijn de mensen in de polder, zoals in Wijngaarden, nog niet op de hoogte van wat er rond de dijken afspeelt. Tijd om de noodklok te luiden, mobiele telefoons zijn uiteraard nog onbekend. Om half vier ’s nachts begint het gelui van de torenklok van de Grote Kerk. De polderbewoners zijn gewaarschuwd! De dijk bij Papendrecht is doorgebroken! In Sliedrecht is de toestand eveneens zorgelijk. De dijk bij de Tolsteeg loopt gevaar. Velen sjouwen met zandzakken om een dijkdoorbraak te voorkomen. Gelukkig slaagt men hierin.

“Intussen zijn we naar de zolder verhuisd. Het water staat zo hoog in de benedenverdieping dat de kolenhaard in de keuken met de poten in het water staat. We hebben nog wel kunnen zien dat het water tot aan het randje van de dijk gestegen is. Van mijn vader hoor ik dat het springtij is! Het wordt – dat zal duidelijk zijn – een onrustige nacht. Van slapen komt niets. Achteraf vraag ik me wel eens af of mijn vader beseft heeft wat er met het oude huisje had kunnen gebeuren. De muren waren beslist niet zo solide. Ik denk hier wel eens aan terug als ik de ravages zie na een aardbeving ergens in de wereld …”
Geschiedenis-3004
Om zeven uur in de morgen luidt de torenklok opnieuw. Op de grens tussen Giessendam en Sliedrecht is de dijk doorgebroken! Met grote kracht stroomt het water al onder de ‘Witte Brug’ over de rijksweg de Sliedrechtse polder in. Deze wordt nu van twee kanten bedreigd. Gelukkig begint rond acht uur het water in de rivier te zakken. Honderden koeien worden uit de Binnenwaard, uit hun warme stallen, naar hoger gelegen delen gedreven. Ook op de dijk in Sliedrecht loopt het vee, klaaglijk loeiend, onder begeleiding rond. De dieren worden in loodsen en schuren, zelfs in tuinen ondergebracht.

Geschiedenis-3005

Naar een veilige plaats ! “Gelukkig begint het water in onze stoep te zakken. De kistplank gaat er uit en langzaam loopt het vieze water – we woonden nabij een kolenopslag – via de deur naar buiten. Wat een troep blijft er over in de kamer en de keuken. Op meer dan een meter hoogte is het behang drijfnat en donkergrijs gekleurd. Het zeil lijkt veel breder en langer te zijn en bobbelt aan alle kanten. Het huilen staat mijn moeder nader dan het lachen. Ik, als 11-jarige jongen, zie er de ernst niet zo van in. Integendeel, ik vind het allemaal reuze spannend. Vooral als ik hoor dat de dijk op de ‘Kaoi’ doorgebroken is. Gauw er heen, slapen kan later wel! Wat ik daar zie, zal ik nooit meer vergeten. Beseffen wat de gevolgen zijn, doe ik niet echt. Het ergste vind ik nog wel dat een deel van ons voetbalveldje weggespoeld is.”

Geschiedenis-3006

Zondag 1 februari 1953 wordt er in niet één kerk een dienst gehouden. Verbijsterd luistert men naar de radio. Het besef van een nationale ramp dringt tot de mensen door. De toen nog kleine binnendijkse uitbreiding komt langzaam maar zeker onder water te staan en de bewoners moeten uit hun woningen vertrekken. Dit lot treft ook de bewoners van de vele stoepen die Sliedrecht in deze tijd nog kent. De begraafplaats wordt onbereikbaar. Op een open terrein aan de Merwesingel wordt een noodbegraafplaats ingericht. Sliedrecht telt in 1953 het aantal van 16335 inwoners. Hiervan zijn er 6161, een kleine 40%, binnen Sliedrecht bij familie, vrienden of kennissen ondergebracht. Bovendien worden ook nog eens 1100 personen van buiten Sliedrecht in ons dorp opgenomen. Helaas verliest een 86-jarige alleenwonende vrouw, L.Vogel-Kraaijeveld, in Wijk C het leven als zij bij het vluchten voor het water de zolder tracht te bereiken, maar van de trap valt. Als men haar later aantreft, komt de hulp te laat!
Geschiedenis-3007
Geschiedenis-3008

In de polder verdrinkt helaas veel vee. De kadavers zijn maar moeizaam te verwijderen. De dode dieren worden naar de rijksweg overgebracht en vervolgens afgevoerd naar een destructiebedrijf.

Geschiedenis-3009

Tijdelijk rijden er geen treinen meer. Dit komt doordat de spoorbaan tussen het Wantij en Baanhoek ernstig beschadigd is. De verbinding in de richting Gorinchem is volledig onmogelijk.

Het station Sliedrecht ligt te midden van een enorme waterplas.
Na de versterking van het baanlichaam kan de tijdelijke verbinding Baanhoek – Dordrecht worden ingesteld. Even wordt de oude halte Baanhoek weer in gebruik genomen. Op 19 februari kan de gehele spoordienst echter weer hervat worden.

“Mijn oma woont binnendijks. Als bij ons het water verdwenen is en de boel zo goed en kwaad als mogelijk opgeruimd is, komt in haar tuin het water juist opzetten. Langzaamaan zie ik het achterste deel van haar tuin vol lopen. Met een stok kras ik strepen op het tuinpad. Vol spanning ga ik elke morgen, middag en avond kijken hoeveel water erbij gekomen is. Ja, ik moet wel in de gaten houden dat mijn konijnen niet kunnen verdrinken. Weet ik veel hoe hoog dat het water zou komen? Nou ja, ik heb toch mooi de hele dag de tijd. Maandag nog even naar school geweest, maar gelijk weer naar huis. De school had ook last van het water! Dat vinden we niet erg. Een extra vakantie noemen we het. In de oude gepotdekselde schuur van mijn oma, waar normaal alleen maar wat oude rommel te vinden is, staan nu warempel een paar koeien. Best leuk eigenlijk allemaal …”

Geschiedenis-3010

Herstel
Al op zondagavond 1 februari is het gat in de dijk bij de Kaoi dicht. In Papendrecht duurt dat heel wat langer. Pas op 5 februari 1953 lukt het daar om het veel grotere dijkgat te sluiten. Met veel pompen wordt het water afgemalen. Ongeveer 1800 huizen hebben in het water gestaan en 1521 stuks vee hebben in Sliedrecht onderkomen gevonden. Hulpacties komen op gang. Het zelf door de ramp getroffen Sliedrecht brengt 125.000,00 gulden op bij de inzameling voor het rampenfonds. Zodra mogelijk vertrekken de baggeraars naar het zwaar geteisterde rampgebied in Zuidwest-Nederland. De baggermaatschappijen beginnen met hun nieuwste werktuigen aan het sluiten van de dijkgaten. Dit is een nog moeilijker karwei dan het dichten van de dijken op Walcheren in 1946. Boskalis werkt o.a. aan de dijkdichting bij Kruiningen op Zuid-Beveland. Volker werkt o.a. aan het dijkherstel bij Schelphoek op Schouwen.

Geschiedenis-3011

“Kom ik op een morgen de waterstand weer ‘opmeten’ en zie dat de watermassa bedekt is met een ijslaagje. Nou dat kan een mooie ijsbaan worden, denk je dan. Dat wordt het inderdaad, maar schaatsen is er niet bij! De politie kijkt er streng op toe dat er geen personen met minder goede bedoelingen bij de leegstaande huizen komen. Zodoende ook voor ons jongens verboden terrein! Met de koeien gaat het prima, de rest van de schuur is intussen gevuld met hooi en stro. De waterhoogte zie ik teruglopen. De dijken zijn weer dicht hoor ik verluiden. Nog steeds geen school. De kachel van de centrale verwarming heeft in het water gestaan en is nu kapot gevroren. Met nog een paar jongens moet ik me soms melden bij de bovenmeester om wat huiswerk op te halen. Geen probleem, toch tijd zat! Natuurlijk wagen we ons wel op verboden terrein. Dat geeft wat spanning. Leuk is het vlotje varen op de losgespoelde bruggetjes over de sloten waarover de boer normaal met paard en wagen van en naar zijn weiland rijdt. Dat je daarbij wel eens een nat pak haalt, als je net boven een sloot zinkt, neem je maar op de koop toe. Al met al was de tijd van de watersnoodramp voor ons toch ook wel een spannende belevenis. O ja, voor we vanuit de 6e klas op 1 april naar een nieuwe school gegaan zijn, hebben we nog een paar gewone schoolweken meegemaakt…”

Bovenstaande tekst is een weergave van de pagina op de website van de Historische Vereniging Sliedrecht.

1 gedachte over “Historische dijkdoorbraak met grote gevolgen, nu 66 jaar geleden”

  1. Ik hoorde later ( ben zelf in 1961 ) geboren dat mijn vader zondagmorgen werd opgebeld of hij dekschuiten had, die de Rijkswaterstaat wilde huren om de gaten in de diverse dijken voorlopig te dichten. Ik weet niet wat zijn antwoord is geweest, maar ik hoorde later van mijn zus dat het maandag druk was met telefoontjes van aannemers die iets wilde huren. In de nacht van de ramp zelf ging de ark, die in het Middeldiep lag waar mijn ouders toen op woonde flink heen en weer ging vanwege de onrustigheid van de Merwede.

Een reactie plaatsen

*=Verplicht veld