SLIEDRECHT – Hij had dinsdagavond 14 juni 2022 zijn maidenspeech, de eerste keer dat iemand spreekt in het openbaar en niet mag worden onderbroken door anderen. Raadslid Jan Pieter Verweij (SGP-ChristenUnie). “Ik heb vast de ruimte om in mijn eerste woordvoering het agendapunt van de zienswijzen, jaarverslagen en begrotingen, in een wat breder perspectief te plaatsen. Ik wil daarom terug naar de schepping van het universum”, sprak hij de raad toe. Hij voerde het woord over de zienswijzen jaarstukken 2021 en begrotingen 2023 tijdens een oordeelsvormende vergadering in de tijdelijke raadzaal van partycentrum De Lockhorst.
Jan Pieter Verweij tijdens zijn maidenspeech. (Foto SGP-ChristenUnie)
“Zonder gekheid, voorzitter: het gaat mij er niet om een discussie op te starten over schepping tegen evolutie. Dan zou ik nog eerder een brug willen slaan. Of het begin van alles nu de eerste scheppingsdag of de eerste seconde van de oerknal is: er is een begin en dus een Eerste Beweger die alles wat is in gang heeft gezet. Nee voorzitter, het gaat mij nu eerst om de vraag: waarom zijn wij hier op aarde? Ik ben ervan overtuigd dat die reden dieper ligt dan eigenbelang, economisch nut en noodzaak en zelfs dieper dan een morele gemeenschappelijke regeling van deugden om goed samenleven mogelijk te maken. Ik ben ervanuit overtuigd dat wij hier zijn om in vier goede relatie te staan: ten eerste tot God, ten tweede tot elkaar, ten derde tot onszelf en ten vierde tot de schepping. Je zou bij deze vier relaties een kruis voor je kunnen zien. Hét ultieme teken voor herstel van relaties”, sprak Verweij, “Als ik dit op mijzelf betrek voorzitter, dan ontleen ik daaraan wat ik belangrijk vind in het leven: een zich steeds verdiepende relatie met God, de relaties met mijn dierbaren (vrouw, kinderen, familie, vrienden, relaties in lokale gemeenschappen als kerk, school, sportclub, relaties in de samenleving, waardoorheen heel wat kloven zijn getrokken, een mijzelf vinden en ontdekken, en relatie met de schepping waarbij ik overtuigd ben van de noodzaak tot verduurzaming.”
Bruggen bouwen
“Ik ervaar deze roeping tot relaties als motivator om mij hier in te spannen in de gemeentepolitiek, om bruggen te bouwen en oplossingen te zoeken. Gezamenlijke grond, gezamenlijke regelingen zogezegd”, vervolgde hij, “Maar ik ervaar dit dan ook als roeping om mij te verzetten tegen individualisme, maar ook tegen iedereen die haat en tweedracht zaait, andersdenkenden beschuldigd van landverraad, cynisme en onbewezen complottheorieën verspreid over overheden. Wat we in de media en sociale media vandaag de dag veel zien dus. Bruggen bouwen is mooi, maar dat gaat eenvoudigweg niet met mensen die bruggen opblazen. Voorzitter, na deze wat filosofische inleiding zal ik een brug slaan naar mijn woordvoering van vanavond: de zienswijzen op jaarwerk en begrotingen van gemeenschappelijke regelingen. Bij lezing van de stukken is dit alles wel wat in mijn achterhoofd zat. Dat gaat dan verder dan “hoe dient dit de burger”. Het gaat om: leidt dit tot een overheid die alles overneemt en oplost, of een overheid die de samenleving sterker maakt? Ik daag u allen uit om vanavond het woord “samenleving” in mijn bijdragen te turven (…).”
Ter zake
Toen kondigde hij aan dat hij tijdens de bespreking per GR, concrete opmerkingen zal maken over de te bespreken GR en concrete wijzigingen aan de orde stellen. Verweij: “In deze algemene bijdrage zou ik verder willen volstaan met te zeggen dat onze gemeenschappelijke regelingen een belangrijke functie vervullen voor de Sliedrechtse samenleving. Het is een uitdrukking van de relatie die wij hebben met gemeenten in onze regio, waarmee wij gezamenlijke uitdagingen aangaan. En dat doen we dan op zo’n manier dat die uitdagingen niet geheel worden weggenomen bij de Sliedrechtse samenleving, maar dat deze samenleving erbij wordt ingeschakeld, mee verantwoordelijk wordt gemaakt. In mijn bijdragen zal ik de vinger leggen bij een aantal zaken en een aantal wijzigingen voorstellen, maar het algemene beeld stemt toch wel tot dankbaarheid en is tot zegen van onze samenleving.”