Ja, de vrouwen van de baggeraars waren stoer, maar dat móésten ze wel zijn. Alleen met de kinderen: soms drie jaar, twee jaar en één jaar oud. De gelukkigen onder de baggervrouwen waren degenen van wie de man op vrijdag thuis kwam. Op vrijdagmiddag de haarspelden in of naar de kapper, hun mooiste jurk aantrekken, omdat ’s avonds hun man thuiskwam. Maar voor de vrouwen van wie de man nog maanden wegbleef, waren dit moeilijke vrijdagen. Op maandag, als de mannen weer waren vertrokken, zochten de vrouwen elkaar vaak op voor een praatje, een bakkie, en vooral om elkaar te steunen in de eenzame tijden. Vader én moeder zijn was hun lot, en dat viel niet altijd mee. Zoveel dingen die geregeld moesten worden: de kinderen, de school, het huishouden. Als ze zelf ziek waren, gingen ze gewoon door met wat gedaan moest worden, want er was geen man die dan even kon helpen. Zelf alle problemen oplossen, want zo redeneerden zij: “Daar kan ik mijn man toch niet mee lastigvallen als hij een paar weken thuis is.” Heeft Sliedrecht zijn wereldvermaardheid te danken aan de stoere vrouwen?
Thuis komen van je werk, je vrouw en kinderen een knuffel geven en dan met het gezin aan tafel. Na het eten gezellig bij elkaar in de kamer, met een brandende lamp, een warme kachel, tv kijken of een spelletje met de kinderen. ’s Avonds de kinderen naar bed brengen, een verhaaltje voorlezen of een liedje zingen. “Welterusten, meissie. Welterusten, jongen. Lekker slapen, tot morgen.” “Dag, pap. Tot morgen.” Als je als vader dit soort avonden zó vaak hebt moeten missen, dan ben je dapper. Toch hebben zij die naam vooral te danken aan hun werkzaamheden — zowel in het binnenland als in het buitenland. En daar, ver van huis, moeten ze vaak hebben gedacht aan hun vrouw en kinderen. In de brieven die ze van hun vrouwen kregen, lazen ze weleens dat ze gemist werden. Dan moesten ze tandenknarsend hun verstand weer op nul zetten, want er moest gewerkt worden. Twaalf uur op en twaalf uur af — en vaak nog langer bij reparaties. Eén dag vrij in de twee weken. Niets te doen in de rimboe, denken aan thuis, en blij zijn als die vrije dag weer voorbij was. De jaren aftellen, de maanden aftellen, en dan nog de dagen. Eindelijk weer naar vrouw en kinderen na zo’n lange tijd. Over dapper gesproken — dat moeten verschrikkelijke jaren zijn geweest voor deze mannen. Het werk, ach, daar draaiden ze hun hand niet voor om. Maar dat gezin missen — dát was het zwaarste.
Nee, natuurlijk waren ze niet al die tijd dat hun vader niet thuis was verdrietig. Ze kregen speelgoed, een nieuwe fiets, leuke kleding, enzovoort. Misschien meer zakgeld dan de kinderen van fabrieksarbeiders, maar toch misten ze iets. Dat gemis zal nooit helemaal verdwijnen, maar toch hadden deze kinderen iets moois in hun leven: iedere keer als vader thuiskwam, was het feest. Niet op jonge leeftijd, toen ze hun eigen vader niet herkenden, maar later — toen ze hem kenden van foto’s en van de vorige keren dat hij thuiskwam. Dat waren hoogtepunten in het leven van de kinderen van stoere moeders en dappere vaders. Ook op oudere leeftijd zijn er nog steeds kinderen van toen die hier last van hebben. Tegen diegenen zeg ik: “Doe je ogen eens dicht en denk aan al die mooie momenten die je hebt meegemaakt met je vader én moeder.”
De komende demonstratie op 25 oktober is niet zomaar een protest. Ze is geboren uit dit verleden, uit dit gevoel, uit liefde voor ons dorp en uit zorg voor wat verloren dreigt te gaan. De mensen die daar zullen staan, staan daar niet om te verdelen, maar om te herinneren, aan de kracht, het vertrouwen en de saamhorigheid die Sliedrecht groot hebben gemaakt. Laat het college begrijpen dat deze demonstratie een roep is om gehoord te worden. Een oproep om het verleden te eren, de bewoners serieus te nemen, en samen te werken aan een toekomst waarin Sliedrecht weer dat dorp kan zijn waar onze stoere moeders en dappere vaders zo trots op zouden zijn. Sliedrecht verdient dat. Voor nu, en voor de generaties die nog komen.
Anton van Tuijl
Brieven worden 1 op 1 overgenomen. De redactie is niet verantwoordelijk voor de inhoudelijke juistheid van een ingezonden brief. Plaatsing houdt niet in dat de redactie achter de inhoud van het bericht staat. Een brief wordt uitsluitend geplaatst als de bron bij ons bekend is. De naam van de afzender wordt onder het artikel geplaatst. NAW- en e-mailgegevens worden niet openbaar gemaakt. Een ingezonden brief plaatsen we onverkort, soms ook omdat er geen artikel over het onderwerp op online krant Sliedrecht24 is verschenen.
Redactie Sliedrecht24