COLUMN: ‘Achter de voordeur blijft het stil’

Sliedrecht is een prachtig dorp. We groeten elkaar meestal op de Kerkbuurt, steken de handen uit de mouwen bij de vereniging en poetsen onze stoepjes. En ja, ik weet dat dit allemaal vele malen minder is dan vroeger, maar toch doet het me nog deugd. Het oogt zo overzichtelijk, zo herkenbaar, zo sereen en zo veilig. 
 
Maar soms, als ik door onze straten loop, bekruipt me toch ook een ijzingwekkende gedachte. Wat gebeurt er als de buitenwereld wordt buitengesloten en de voordeur in het slot valt? Als de gordijnen dichtgaan. Als het nachtelijk duister het zicht ontneemt op verlaten parkeerplaatsen en veldjes. We praten hier in ons dorp graag over grote thema’s. Door de politiek, maar ook door jou en mij. Over de files op de A15, de PFAS-vervuiling of het wel of niet toekomstbestendig maken van het Winklerplein en omliggende winkels. Dat is allemaal tastbaar, als het ware zelfs comfortabel om over te praten.  Daar kun je ook heerlijk over mopperen bij de bakker, over klagen in de media of roeptoeteren langs de zijlijn. 
 
Maar er is een veel groter, gitzwart monster dat we angstvallig het liefst buiten de raadzaal én de koffietafels houden: het verborgen leed achter de voordeur, achter gordijnen, in de duisternis in ons dorp. Huiselijk geweld, aanranding, verkrachting en incest. 
 
Ik weet hoe verstikkend die stilte is. Niet alleen uit statistieken, maar uit mijn eigen geschiedenis. De man die mij had moeten beschermen – mijn eigen opa – was degene die misbruik maakte van de kwetsbaarheid van een kind. Buiten de deur de fatsoenlijke burger, achter de gordijnen een dader. Dat litteken draag ik nog altijd met me mee. En juist daarom kán ik hier nu niet over zwijgen, hoe ongemakkelijk het ook is. Pas na mijn 50e levensjaar kon ik deze stilte naar buiten toe doorbreken. Al die jaren was ik als het ware geketend en mijn mond gesnoerd door mijn verleden. De impact van incest, misbruik en geweld draag je niet alleen je hele leven mee, maar het heeft ook invloed op keuzes die je in je verdere leven maakt. En helaas was niet alleen mijn mond gesnoerd, maar hielden ook anderen die het vermoeden hadden of wisten, angstvallig hun mond. Waarom? Durfde men niet? Was het niet gepast? Wilde men de familie beschermen? Het is nog altijd een pijnlijke, onbeantwoorde vraag voor mij. 
 
Mijn verhaal is helaas geen uitzondering, de landelijke cijfers liegen er niet om. Landelijk ontving Veilig Thuis in 2025 zo’n 136.000 meldingen van vermoedelijk huiselijk geweld en kindermishandeling – vijf procent meer dan het jaar ervoor. Bijna 1,3 miljoen Nederlanders van zestien jaar en ouder gaven aan in de twaalf maanden daarvoor slachtoffer te zijn geweest. Ongeveer de helft van de meldingen ging over kindermishandeling. Laat deze verschrikkelijke cijfers maar eens op je inwerken. Bij seksueel misbruik van kinderen is het beeld nog schrijnender. Zo’n 58 tot 60 procent vindt plaats in een woning – achter de voordeur dus. Bij meer dan een derde van de veroordelingen is er een familieband tussen dader en slachtoffer. Incest blijft het absolute topje van de ijsberg dat bijna nooit zichtbaar wordt. In de Prevalentiemonitor van het CBS gaf ongeveer 6 procent van de volwassenen aan in hun kinderjaren slachtoffer te zijn geweest van fysiek seksueel geweld. En dat is vrijwel zeker een onderschatting. 
 
Maar het leed stopt niet bij kinderen of achter de voordeur. In 2025 registreerde Veilig Thuis bijna 2.600 meldingen van ouderenmishandeling. Het Albert Schweitzer ziekenhuis, met een vestiging in ons dorp, ziet de laatste jaren een duidelijke toename van patiënten bij wie vermoedens van ouderenmishandeling spelen. Een verdrievoudiging in twee jaar tijd. En deze week nog werd in de rechtbank in Dordrecht het schokkende verhaal verteld van een kwetsbaar 18-jarig meisje uit een woongroep dat vorig jaar op parkeerplaatsen in ons eigen dorp door meerdere jongens is verkracht, vernederd en mishandeld. Gefilmd en verspreid. Alsof zij een wegwerpartikel was. Het onderstreept hoe geweld – of het nu achter gesloten deuren of midden in ons dorp op een parkeerplaats gebeurt – onze gemeenschap diep raakt. Het maakt duidelijk hoe belangrijk het is dat signalen tijdig worden herkend – ook hier in Sliedrecht. En dat erover gesproken wordt, want stilte en onze mond houden is de voedingsbodem om door te gaan voor daders. 
 
Toch zie ik ook lichtpuntjes. Op 8 maart dit jaar, Internationale Vrouwendag, koos PRO Sliedrecht bij de Sliedrechtse Vrouwendag juist huiselijk geweld en femicide als thema. De aanwezigen luisterden naar een deskundige van Filomena Rotterdam. Deze organisatie helpt mensen die te maken hebben met extreme  ituaties van (ex-)partnergeweld of kindermishandeling. En eerder, in december 2025, organiseerde de gemeente zelf in het kader van Orange the World een bijeenkomst over levensgevaarlijke liefdesrelaties, waar openlijk over femicide werd gesproken.  Een kleine, maar waardevolle scheur in het stiltegordijn. Want als we als gemeenschap blijven wegkijken en zwijgen, worden we medeplichtig. De angst dat een familie, vereniging of gemeenschap uiteenvalt door de waarheid te spreken, mag nooit groter zijn dan de noodzaak om een kind of een kwetsbare naaste te redden. 
 
Dat geldt ook voor onze vele lokale geloofsgemeenschappen. Kerken, moskeeën en andere geloofsgemeenschappen zijn plekken waar mensen vaak troost en geborgenheid vinden. Juist daar kan een open gesprek over huiselijk geweld, aanranding en incest helpend zijn. Predikanten, imams, voorgangers en gemeenteleden kunnen, ieder op hun eigen manier, bijdragen door aandacht te geven aan dit onderwerp en een luisterend oor te bieden aan wie dat nodig heeft. De zorg voor de kwetsbare naaste stopt immers niet bij de voordeur. 
 
Laten we stoppen met de schone schijn. Niet om te roddelen bij de supermarkt, maar om écht te kijken en te helpen. Door de oplettende buurman, de alerte juf of meester, de wandelaar langs een verlaten parkeerplaats, de trainer op het veld en ook binnen onze geloofsgemeenschappen. Want pas als we die duisternis achter de voordeur én daarbuiten durven te benoemen, kunnen we er eindelijk een streep licht doorheen laten schijnen. Sliedrecht is en blijft een prachtig dorp. Laten we er samen voor zorgen dat achter elke voordeur niet alleen veiligheid heerst, maar ook de stilte wordt doorbroken wanneer dat nodig is. Want échte saamhorigheid begint pas écht als we naar elkaar omkijken – juist ook als het ongemakkelijk is. Spreken is zilver en zwijgen is goud is een bekend spreekwoord. Maar weet dat bij dit gevoelige onderwerp zwijgen de dader(s) beschermt en spreken het licht aan het eind van de tunnel kan betekenen  voor een slachtoffer. 
 
Ik wens u allen alertheid en de durf toe om het verschil te maken waar dat nodig is. 
 
Peter de Borst 
verhalenverteller, spreker, woordkunstenaar en columnist bij GaafWoord
 
Let op! Een column bevat altijd een mening en mag prikkelen. Dit artikel staat dan ook op de pagina Opinie. Elke lezer mag een column aandragen (let op: de column is echt een column en geen ingezonden brief).