SLIEDRECHT – Het college wil dat de gemeenteraad van Sliedrecht zich in de oordeelsvormende vergadering van dinsdag 19 januari 2016 uitspreekt over mogelijke locaties voor vluchtelingen opvang en vervolgens een besluit neemt. Het college stelt de raad voor 250 vluchtelingen op te vangen voor een periode van 2 jaar. Als de raad instemt, komt er in Sliedrecht mogelijk een asielzoekerscentrum (AZC).
De raadsleden hebben inmiddels het zogeheten voorstel ‘Kaders voor quick-scan naar mogelijke locaties vluchtelingenopvang’ ontvangen. “In dit voorstel is rekening gehouden met het op 27 november 2015 gesloten ‘Bestuursakkkoord Verhoogde Asielsinstroom’, schrijft het college, dat de raad nu dus kaders vraagt en dan moet er nog onderzoek volgen.
Kaders
Het college vraagt de raad in te stemmen met de volgende kaders voor de quick-scan vluchtelingenopvang: opvang van circa 250 vluchtelingen; voor de duur van circa 2 jaar; in principe kostenneutraal; financiële investeringen in de opvang zoveel mogelijk via lokale ondernemers te doen; vluchtelingenopvang in samenwerking met de regio te realiseren.
Inventarisatie
Vorig najaar kondigde portefeuillehouder burgemeester Bram van Hemmen (CDA) dat er een quick-scan en businesscase met de mogelijkheden voor langdurige opvang aan de raad wordt aangeboden. De mogelijkheden en onmogelijkheden zijn door een ambtelijke werkgroep op een rij gezet. Tijdens deze quick-scan is gekeken naar locaties (gronden en vastgoed), de invulling voor de taakstelling om in 2015 (totaal 43 – red.) nog 15 statushouders te huisvesten plus een mogelijke versnelling, extra huisvesting via Gemeentelijke Zelf Zorg Arrangementen (GZZA) respectievelijk Gemeentelijke VersnellingsArrangementen (GVA). Deze zijn bedoeld voor tijdelijke huisvesting voor statushouders tot de bemiddeling naar een gekoppelde gemeente is afgerond c.q. er definitieve huisvesting beschikbaar is. Met het bestuursakkoord wordt het Gemeentelijke Zelf Zorg Arrangement (GZZA) vervangen door het Gemeentelijk VersnellingsArrangement (GVA).
Opvangmogelijkheden
Ook is gekeken naar de mogelijkheden en onmogelijkheden voor opvang in Sliedrecht, te weten: crisisnoodopvang (in sporthallen en scholen e.d. voor de duur van 72 uur tot enkele weken), langdurige opvang, zoals noodopvang (hallen en locaties voor paviljoens voor de duur van zes tot twaalf maanden), tijdelijke opvang (vb. migrantenhuisvesting of vergelijkbare accommodaties waarvan de exploitatie deels door de verhurende eigenaar wordt gevoerd). Dit voor de duur van één tot twee jaar, dan wel reguliere opvang (asielzoekerscentrum (AZC) dat door het COA wordt geëxploiteerd voor een termijn vanaf twee jaar) of kleinschalige reguliere opvang voor Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV’s) die door het COA/NIDOS wordt geëxploiteerd. (Nieuw in 2016, volgens Bestuursakkoord Verhoogde Instroom Asielzoekers). Het college verwijst naar het akkoord tussen gemeenten en de Rijksoverheid van 27 november 2015. Dit bestuursakkoord gaat uit van een verhoogde inspanning van gemeenten voor zowel opvang als tijdelijke en definitieve huisvesting.
Belasting
Volgens het college past de schaal van 250 vluchtelingen opvangen ‘bij de schaal van Sliedrecht’. College: “Dat is ongeveer 1 procent van de Sliedrechtse bevolking. De verwachting is dat de vluchtelingenproblematiek nog ongeveer 2 jaar gaat duren. Het vraagstuk is een landelijke opgave die niet uit lokale middelen moet worden betaald. Degene die verantwoordelijk is voor het oplossen van het probleem zou in principe ook de kosten moeten dragen. Dat draagt bij aan de lokale economie. De opvang van vluchtelingen betekent hoe dan ook een belasting voor de gemeente. Daar mogen Sliedrechters ook iets voor terugzien. Financiële investeringen via lokale ondernemers dragen bij aan de lokale economie en werkgelegenheid. Inwoners van Sliedrecht hebben hier baat bij en dat draagt bij aan draagvlak voor vluchtelingenopvang.” Negatieve gevolgen worden niet genoemd door het college in het raadsvoorstel.
Ondergrens
De Rijksoverheid en de Provincie Zuid-Holland hebben de regio gevraagd een bijdrage te leveren aan de landelijke opgave. Daaruit volgt dat het logisch is de opgave regionaal op te pakken. “Dit heeft als voordeel dat we samen meer invloed hebben op het COA, zodat er een bijdrage geleverd kan worden die past bij het schaalniveau van Sliedrecht. Uit het vluchtelingenakkoord volgt dat de regionale afspraken (regietafel) worden geïnstitutionaliseerd.” De ondergrens voor opvanglocaties is 300 personen. Dit betekent, bij strikte hantering van deze norm, dat 250 personen geen passend aanbod zou zijn. College: “De druk om locaties ter beschikking te stellen wordt echter groter. Dit blijkt ook uit het Bestuursakkoord tussen Rijk en VNG. Hierdoor is het denkbaar dat 250 personen wel een passend aanbod wordt. Het akkoord moet nog worden goedgekeurd door de leden van de VNG.”
Grote druk
Praktijk in het land heeft volgens het Sliedrechtse college uitgewezen dat het COA niet (meer) zo strikt vast houdt aan een minimum grootte. “Er zijn nu Aanvullende Opvang locaties die nabij een regulier AZC gevestigd zijn die als een nevenvestiging dienen voor asielzoekers die al wat verder in de procedure zitten en al meer zelfredzaam zijn. Daarbij wordt op dit moment gesproken over een orde van grootte van 200 plaatsen. Ten aanzien van de tijdsduur waarin deze voorziening in gebruik is en het maximaal aantal plaatsen moet worden vastgesteld dat het COA door de grote druk op dit moment vaak verzoekt om de gemaakte afspraken in deze op te rekken.”