College: ‘Rijksbijdrage uit Programma Aardgasvrije Wijken bedoeld als leergeld’

SLIEDRECHT – In lijn met de afspraak in Drechtstedenverband is het uitgangspunt van het College van B & W van de gemeente Sliedrecht een haalbare en betaalbare energietransitie voor iedereen. “In Drechtstedenverband is dit bekrachtigd in de Transitievisie Warmte 1.0. Deze visie heeft de raad in 2019 vastgesteld. Een woonlastenneutraal aanbod voor de woningeigenaren in Sliedrecht-Oost kan het college niet garanderen”, schrijft het college aan raadslid Vincent Prins (CDA), die een aantal vragen stelde namens zijn politieke partij over betaalbaar aardgasvrij wonen. “De rijksbijdrage vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken is bedoeld als leergeld”, staat in de beantwoording.

Een woonlastenneutraal aanbod voor de woningeigenaren in Sliedrecht-Oost kan het college niet garanderen. (© Foto RPAS Peter Donk / Dronetv.nl) 

Hoewel woonlastenneutraal in het klimaatakkoord vermeld staat, is landelijk volgens het college niet vastgelegd wat hiermee precies bedoeld wordt. “Woonlastenneutraal ten opzichte van welke situatie? Worden ook eenmalige investeringen daarbij meegerekend? Bovendien zijn er veel factoren die de woonlasten in de praktijk beïnvloeden, zoals veranderend stookgedrag en de ontwikkeling van wetgeving en tarieven in de toekomst. Of een aanbod aantrekkelijk is voor woningeigenaren is mede afhankelijk van de hoogte van de benodigde investeringen, de terugverdientijd van isolatiemaatregelen en/of zonnepanelen en de toekomstige ontwikkeling van de warmtetarieven en energiebelasting. Uiteindelijk bepaalt een woningeigenaar zelf of een aanbod voor hem/haar betaalbaar is. Om de benodigde investeringen per woningtype in kaart te brengen worden momenteel woningscans uitgevoerd. Op basis daarvan kan vervolgens ook een aanbod richting woningeigenaren worden geformuleerd. Naar verwachting komt hier rond de zomer van dit jaar meer duidelijkheid over”, reageert het college.

Goede financiële arrangementen
Prins vroeg of het college bereid is
om voor het aanbod aan huiseigenaren de eenmalige aansluitkosten en mogelijk aanvullende investeringen in een huis mee te rekenen in de kosten. Het college doet zelf geen aanbod aan huiseigenaren. College: “Voor het warmtenet doet HVC dat. En als men kiest voor een andere oplossing (bijvoorbeeld een warmtepomp) dan doet de betreffende leverancier dat. De kosten voor isolatiemaatregelen en zonnepanelen worden bepaald door installateurs, e.d.). Het college maakt zich sterk voor goede financiële arrangementen om de overgang naar andere vormen van warmte voor iedereen haalbaar en betaalbaar te houden.  In het uitvoeringsplan dat in 2018 door de raad is vastgesteld, wordt gesteld dat de rijksbijdrage voor de proeftuin primair wordt ingezet om een deel van de eenmalige aansluitkosten plus de extra kosten voor elektrisch koken te bekostigen. Voor de overige kosten (isolatie, aanpassen van installatie, e.d.) wordt in samenwerking met SVn en de Rabobank gezocht naar financieringsopties op maat. Daarnaast pleiten wij regionaal en landelijk ook voor regelingen als gebouwgebonden financiering en het warmtefonds.”

Niet garanderen
Krijgen inwoners in het gedeelte van Sliedrecht-Oost dat aan de proef meedoet een aanbod dat woonlastenneutraal is, wilde Prins weten. Een woonlastenneutraal aanbod voor de woningeigenaren in Sliedrecht-Oost kan het college niet garanderen. “Het college maakt zich sterk voor een aanbod dat voor iedereen haalbaar en betaalbaar is en stuurt aan op een totaalaanbod met subsidie, aantrekkelijke financieringsvormen op maat en terugverdienende maatregelen (zoals isolatie, zonnepanelen). Zoals aangegeven, verwacht het college dat de partners in het project (HVC, Regionaal Energieloket, Bureau Overmorgen en SVn) rond de zomer een dergelijk aanbod kunnen doen aan woningeigenaren. De rijksbijdrage vanuit het Programma Aardgasvrije Wijken is bedoeld als leergeld. Als officiële proeftuin binnen dit programma zijn we met elkaar (gemeente, projectpartners, woningeigenaren en de Rijksoverheid) op zoek naar hoe deze enorme transitie op een betaalbare en haalbare manier tot stand kan komen. Dat betekent dat dus niet alles al vaststaat. Uiteindelijk moeten alle ervaringen in de proeftuinen leiden tot een effectieve, inclusieve en opschaalbare aanpak”, bericht het college.