DORDRECHT – Bij chemiebedrijf Chemours is vrijdag 2 maart 2018 kort voor 17.30 uur een zeer kleine hoeveelheid Perfluoroisobutene (PFIB) ontsnapt. Volgens woordvoerder Jeroen Bruning is het een niet noemenswaardige hoeveelheid.
Chemiebedrijf Chemours, pal aan de overzijde van Sliedrecht. (Foto Hans van der Aa / Sliedrecht24)
“De hoeveelheid was zo minimaal dat niemand van de personeelsleden op het terrein of de omgeving daarvan hinder van heeft ervaren”, zegt Bruning. Perfluoroisobutene werd op het moment van de – volgens Bruning – ‘gecontroleerde ontsnapping’ gebruikt bij het monomeren, de chemische verbinding of substantie die uit monomere molecules bestaat en waarmee polymere stoffen kunnen worden gemaakt. Bruning verwacht dat als Chemours half mei overstapt van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) naar de DCMR als toezichthouder, dit soort incidenten niet meer gemeld hoeven te worden.
Uitstoot
Eerder schreef Chemours over de stof PFIB. Het is een bijproduct bij de productie van grondstoffen voor het produceren van fluorpolymeren. Chemours heeft gedurende vele jaren geïnvesteerd om de veiligste procedures bij de productie van onze kunststoffen te creëren en te behouden. Daarom is met name het voorkomen van de uitstoot van PFIB een essentieel onderdeel van onze voorzorgsmaatregelen. Om de uitstoot van PFIB naar de lucht te voorkomen dan wel te beperken, gebruikt Chemours, als aanvullende maatregel, een verbrandingsinstallatie – ook wel bekend als “thermal converters” – waarin de modernste technologie wordt toegepast.
Streng gecontroleerd
Zo blijft de concentratie van PFIB in Dordrecht zeer laag en binnen de toegestane veilige grenswaarde. In Dordrecht is PFIB ook in de milieuvergunning aan een maximum van uitstootniveau gebonden. Dit wordt bij Chemours 24 uur per dag, 7 dagen per week, streng gecontroleerd. Daarbij wordt zeer geavanceerde detectie- en meetapparatuur ingezet. Door de voortdurende metingen slaagt Chemours erin de uitstoot nagenoeg volledig tot nul terug te brengen.