INGEZONDEN BRIEF: De Brulkikker in de Polder

(Aangeleverde AI-animatie)

Aan het einde van de dag, wanneer het licht langzaam over de polder van de Alblasserwaard zakt en de lucht die zachte goudkleur krijgt die alleen een Hollandse avond kan hebben, speelde zich een klein tafereel af dat achteraf bijna symbolisch lijkt.

Vanuit de polder kwamen twee burgemeesters op hun sportieve fietsen aanrijden. Bestuurders van de Waard, even uit de bestuurlijke drukte, een rondje door het landschap waar zij verantwoordelijk voor zijn.

Precies op het viaduct gebeurde er iets onverwachts. Vlak voor hun banden sprong uit de rechterberm een kikker de weg op. Een flinke sprong ook. De burgemeesters trokken tegelijk hun remmen in en kwamen met een schurend geluid van banden tot stilstand.

Voor hun wielen zat een indrukwekkend exemplaar. Geen gewone kikker, maar een brulkikker.

Een van de burgemeesters kon het niet laten om even in zijn oude rol te schieten. Met het enthousiasme van iemand die ooit voor de klas heeft gestaan begon hij bijna automatisch te doceren.

“Weten jullie eigenlijk wat dit voor beest is?” zei hij terwijl hij naar de kikker wees.

“De Amerikaanse brulkikker. Een invasieve exoot.”

De andere burgemeester keek aandachtig.

“Een opportunistische jager,” vervolgde de eerste. “Hij eet alles wat in zijn bek past: insecten, wormen, vissen, andere amfibieën, kleine vogels en zelfs kleine zoogdieren. Daarmee vormt hij een serieuze bedreiging voor de inheemse fauna. Sterker nog, deze soort staat op de Europese Unielijst van invasieve soorten. Handel is verboden. En als hij ergens opduikt, dan is het advies vrij duidelijk: bestrijden.”

De andere burgemeester keek nog eens naar de kikker die daar zo parmantig op het asfalt zat en mompelde:

“Zo’n beest wil je eigenlijk helemaal niet hebben in de polder. Dat is toch niet goed voor de biodiversiteit van mijn polder.”

Even bleef het stil.

Want een kikker staat van oudsher voor de lente. De natuur ontwaakt weer, alles komt tot leven. Een Frisse Lente, zou je zeggen. Maar de lente die zich hier aandient lijkt van een iets andere orde.

In verschillende dorpen van de Waard verschijnen opvanglocaties van het COA. Nieuwe bewoners, veelal afkomstig uit landen met een niet-westerse achtergrond, worden verdeeld over dorpen waar mensen zich juist vestigen om de drukte van de Randstad te ontvluchten. Dorpen met een eigen karakter, waar rust, ruimte en een gevoel van veiligheid lange tijd vanzelfsprekend waren.

Het is bovendien de tijd van het jaar waarin de natuur weer ontwaakt. En toevallig ook het seizoen waarin de politiek wakker wordt. De gemeenteraadsverkiezingen komen eraan.

De brulkikker had zijn sprong inmiddels gemaakt. Hij verdween weer van het asfalt de berm in. Het verkeer ging verder en de avond viel langzaam over de polder.

De burgemeesters stapten weer op hun fietsen.

Wat zo’n brulkikker toch kan doen. Het maakt even indruk. Maar goed, zo wordt dan al snel gedacht. Het is tenslotte maar een kikker.

Totdat het voorjaar echt begint en de hele sloot begint mee te brullen.

En ergens dit voorjaar, wanneer de stemmen zijn geteld, zou het zomaar kunnen dat niet alleen de kikkers van zich laten horen. Misschien besluit de Alblasserwaard dan zelf ook eens luid te brullen.

Pieter Aarnoudse

Brieven worden 1 op 1 overgenomen. De redactie is niet verantwoordelijk voor de inhoudelijke juistheid van een ingezonden brief. Plaatsing houdt niet in dat de redactie achter de inhoud van het bericht staat. Een brief wordt uitsluitend geplaatst als de bron bij ons bekend is. De naam van de afzender wordt onder het artikel geplaatst. NAW- en e-mailgegevens worden niet openbaar gemaakt. Een ingezonden brief plaatsen we onverkort, soms ook omdat er geen artikel over het onderwerp op online krant Sliedrecht24 is verschenen.

Redactie Sliedrecht24

3 gedachten over “INGEZONDEN BRIEF: De Brulkikker in de Polder”

  1. De vergelijking die in dit verhaal wordt gemaakt – mensen die worden vergeleken met een invasieve diersoort – is precies het soort taal waar de geschiedenis ons voor heeft gewaarschuwd.

    Voor de Tweede Wereldoorlog gebeurde namelijk iets vergelijkbaars. In propaganda in Nazi-Duitsland werden Joden systematisch neergezet als ratten, parasieten of ongedierte.
    Dat was geen toeval.
    Het doel was simpel: als je mensen eerst ontmenselijkt en neerzet als een plaag die bestreden moet worden, wordt het voor een samenleving steeds makkelijker om harde maatregelen te accepteren. Uiteindelijk leidde die propaganda tot de Holocaust.

    Dat betekent niet dat iedereen die vandaag zulke vergelijkingen gebruikt dezelfde bedoelingen heeft, maar het mechanisme is wel hetzelfde:

    Mensen worden vergeleken met dieren of een plaag.
    Ze worden voorgesteld als een bedreiging voor de samenleving.

    Daarna wordt “bestrijden” of “tegenhouden” ineens normaal taalgebruik.

    Daar moeten we heel scherp op blijven.
    Kritisch zijn op beleid, op opvang, op aantallen – dat mag en hoort in een democratie, maar zodra groepen mensen worden neergezet als brulkikkers, ratten of andere plagen, dan gaat er een alarmbel af.

    De geschiedenis heeft ons één les keihard geleerd:
    ontmenselijking begint vaak met woorden… en woorden kunnen een samenleving langzaam de verkeerde kant op duwen.

Plaats een reactie

*=Verplicht veld