Kritische reacties van lezers op afvalenquête gemeente

SLIEDRECHT – Er zijn vele tientallen kritische reacties op sociale media van online krant Sliedrecht24 geplaatst op het artikel rond de afvalenquête van de gemeente Sliedrecht. Ook kreeg de redactie tot nu toe ruim twintig reacties van Sliedrecht24-lezers binnen, die geen hoge pet op hebben van de manier van onderzoek en de wijze waarop de vragen worden gesteld. Ook wordt door hen sterk getwijfeld aan de uitvoering.

De enquête wekt weinig vertrouwen bij inwoners van Sliedrecht. Een aantal mensen ziet in de vragen dat wordt toegewerkt naar een antwoord en is de enquête gestopt. Ook worden vragen gemist. 

Sommige mensen storen zich aan de manier van vragen. B. Lemmen spreekt van ‘een slechte enquête!’ “Willen eerst alles van je weten, zelfs je stem gedrag. Daarna gaat het over het afval inzamelen. En worden de antwoorden min of meer aangereikt. En als toetje nog wat vragen over z’n andere hobby warmte net en windmolens”, aldus Lemmen. “Mijn grootste probleem is dat een bestuurder aan inwoners vraagt de mening te geven terwijl, blijkens de vragen, het besluit al vast staat. Laat ons dan een echte afweging maken”, zegt Koos den Dunnen. “Wat wordt er in de enquête bedoeld met geslacht anders?”, vraagt Robin van den Herik zich af. Robert Kreiuger maakte de enquête niet af, omdat hij van mening is dat hij niet relevante vragen moest beantwoorden. Kreuger: “Het hele afvalproject van Sliedrecht gaat nergens toe leiden behalve extra en onnodig op kosten jagen van de burger. Tot nu toe hoor en zie ik alleen maar projecten die alleen maar leiden tot onnodig geld uitgeven door de gemeente en haar burgers.” Simon Kadijk maakte de enquête ook niet af. Kadijk: “Gestopt. Bij de vraag “In welke buurt van Sliedrecht Oost woont u?” had mijn buurt geen nummer. Foutje?” Kees Wessels stoorde zich aan de vragen. “Ik heb de enquête bekeken en ingevuld, maar een beetje tendentieus is de vraagstelling wel. Men wil duidelijk met de antwoorden toewerken naar een onderbouwing van het feit dat men meer gaat betalen, naarmate met meer restafval inlevert. Waar ik het overigens niet mee eens ben.”

Schijndemocratie
Ook Koos den Dunnen blijft met een hoop vragen zitten. “Wat zijn de resultaten bij gemeentes die het al doorgevoerd hebben. Hoeveel overlast? Hoeveel geld voor handhaving etc. Hoeveel geld is gereserveerd om het sowieso door te voeren? Pasjes aanmaken (plastic?), registreren, aanpassen containers, rekeningen sturen, ambtenaren die rekeningen versturen etc. Hoeveel extra geld is nodig om controles uit te voeren omdat naar verwachting mensen het gewoon naast de container zetten. Wat verwacht u van de inwoners: dat we foto’s maken van de onverlaten die zoiets crimineels doen? Gaat niet gebeuren hoop ik. Moet naast voedselbank ook hier een pasje worden ingevoerd omdat mensen het niet kunnen betalen? Hoe zit het met de privacy: gaat u alle zakken die ernaast staan onderzoeken en na recherchewerk vaststellen wie het is? Mag dat? Is dat wat we willen? Zo kan ik nog wel even doorgaan maar deze vragen zijn NIET gesteld in de enquête”, concludeert Den Dunnen. Het werken naar een gewenste uitkomst d.m.v. een zogenaamde ‘wetenschappelijke’ enquête is volgens hem schijndemocratie. Dat is ook Bert Verschoor van mening. “Dit ‘verzoek’ tot ‘meedenken’ betreft schijnbetrokkenheid. Waar het in de kern om draait, is zijn (wethouder Ton Spek (CDA) van Openbare Ruimte en Duurzaamheid – red.) bedoelde invoering van het recyclingtarief. In veel -grote- gemeenten welke deze methode hadden ingevoerd (o.m. Enschede en Arnhem) is dit systeem – wat aanvankelijk moest voorzien in het spekken van de gemeentelijke kas – inmiddels bij het grofvuil gezet, wegens een teveel aan feestende ratten.”

Afvaltoerisme
Lezers waarschuwen voor het pasjessysteem bij afvalcontainers. In meerdere gemeenten zouden volgens hen problemen zijn na invoering. Een lezer noemt als voorbeeld de situatie in Enschede, waar het diftarsysteem is. “Hoe je het ook wendt of keert. Als je de inwoners per eenheid aangeboden restafval laat betalen, zal een deel van de mensen zich aan de spelregels houden en een deel niet. Die laatste groep gaat er voor zorgen dat het ergens een zwijnenstal wordt. Dat is onafhankelijk van de wijze, waarop je het systeem implementeert”, stelt Kees Wessels.